Het huis met het touwtje door de brievenbus, ofwel ‘iets in het niets’

Ken je het gevoel: je verheugen op iets en dat je de dagen afstreept? Vanmorgen vroeg telde ik hoe lang ik nog moet wachten: nog 20 nachtjes slapen. Dat duurt lang, vooral als je wilt dat die dag in de toekomst, niet morgen maar vandaag is.
Voordat die dag aanbreekt zijn er nog ontelbaar veel andere dingen die mijn aandacht vragen. Vandaag moet ik een projectplan met begroting afmaken, dat wordt moeilijk want in mijn hoofd ben ik heel ergens anders. Ik loop tussen de dijken, langs de slaper en de waker. In de lucht vechten twee buizerds om een prooi en op de kale akker staat een hermelijn met een mol in zijn bek. Hij ziet mij en verdwijnt in het niets.

Ik knipper met mijn ogen en staar weer naar het computerscherm. Ik wil naar buiten, maar mijn werk is niet af. Ik hou van mijn werk, maar nu voelt het als strafwerk. Ik moet nablijven.

De zon schijnt, mijn droom ligt op een uur rijden hier vandaan. Dat moet een buitenplaats worden voor vrienden van ver weg en dichtbij: waar je zomers in de tuin aan een lange tafel kunt genieten van een Zeeuwse zomerse maaltijd.
Het voelt als vroeger. Ik ben opgegroeid in een dorp in Gelderland, dichtbij de IJssel. Bij ons was de achterdeur nooit op slot en bij de buren hing een touwtje door de brievenbus. Zonder bellen kwam je bij elkaar binnen.
Als ik aan toen denk, zie ik mezelf fietsen over de boerenpaadjes. Altijd was ik buiten, met mijn vriendje of alleen. Ik zwaaide naar koeien, lachte met twee muilezels, verzamelde eikels voor de varkens, jatte zure appeltjes bij boer Brommer en speelde verstoppertje tussen korenschoven.
Het huis van mijn toekomst is gebouwd in 1705 en was de afgelopen 54 jaar een familiehuis. Ook al is het pas over 20 nachtjes slapen het onze, de huidige eigenaar gaf ons gisteren al de sleutel. ‘Het is een liefdevol huis,’ zei hij.

In de kast vond ik een glas dat stuk was. Een erfenisje van de huurster. Ik legde de scherven in het glas en zei: ‘Scherven brengen geluk.’
De scherven van geluk verdwenen in de container die achter in de tuin stond. De huidige eigenaar bleef daar even staan en rookte starend over de landerijen een sigaretje. Een grote wolk in de vorm van een schip dreef voorbij. Hij en zijn vrouw stapten in en wij stapten uit.

Nog 20 nachtjes slapen en dan is het ‘iets in het niets’ voor ons.